tweelingnaalden inrijgen naaien

Naaien met een tweelingnaald

Een tweelingnaald zijn eigenlijk twee naalden die aan elkaar vast zitten op één schacht. De naald wordt als één naald in de machine gestoken en kun je in één keer twee stiksels naast elkaar naaien. De stiksels lopen dan parallel aan elkaar.

Dit wordt vaak gebruikt bij het omzomen van de onderkant van bijvoorbeeld een T-Shirt, of juist bij de afwerking van de hals.

Trouwens, je hebt ook drielingnaalden! Maar daar gaat dit blog verder niet over.

Is jouw machine geschikt voor de tweelingnaald?

Vrijwel elke machine die kan zigzaggen is geschikt voor de tweelingnaald. Dit heeft ermee te maken dat het gat in de steekplaat voldoende groot moet zijn om er met twee naalden tegelijk doorgeen te gaan. Als dit gat niet groot genoeg is, dan zal één van de naalden breken omdat deze op de steekplaat terecht komt.

Maten van de naalden

De tweelingnaalden zijn net als gewone naalden in verschillende maten verkrijgbaar. 70 tot en met 100. Waarbij 70 de dunste is en 100 de dikste.

  • 70 – dunne stoffen
  • 80 – dunne tot iets dikkere stoffen
  • 90 – dikke tot stevige stoffen
  • 100 – dikke én stevige stoffen

De ruimte tussen de naalden verschillen ook. Hoe dunner de naald, hoe kleiner de ruimte tussen de naalden. En natuurlijk, hoe dikker de naald, hoe breder de ruimte tussen de naalden. Er staan twee maten op het doosje met de naalden. Eén maat voor de naalden en één maat voor de afstand tussen de naalden, een afstand tussen 1.4 en 6 mm. De naald met een afstand van 4 mm wordt het meest gebruikt.

De juiste naald

Net als enkele naalden zijn de tweelingnaalden er voor verschillende stoffen. Dus voor het naaien van tricot gebruik je andere tweelingnaalden dan voor het naaien van jeansstof.  Meer lezen over het gebruik van de juiste naald. 

Inrijgen van de machine

Je plaatst de tweelingnaald net als een gewone naald in de machine, met de platte kant van de schacht naar achteren.

Als je de machine inrijgt, moet je voor beide naalden dezelfde kwaliteit garen gebruiken. Zorg ervoor dat de garen ook geschikt is voor de naald en voor de stof die je gaat naaien. Lees meer over het gebruik van de juiste garen.

Je moet twee draden aan de bovenkant van de machine plaatsen. Niet alle machines hebben twee garenpennen, maar daar zijn wel oplossingen voor bedacht. Door bijvoorbeeld het gebruik van twee onderspoeltjes op de garenpen die tegengesteld draaien ( één van boven en één van onderen kun je dit oplossen). Let op dat de spoeltjes glad zijn zodat de draden niet vast blijven zitten. Ook zijn er speciale houders met garenpennen die je op of achter je naaimachine kunt zetten.

Omdat je nu twee draden gaat inrijgen, ga je ook twee draden door de spanningsschijven plaatsen. Zet daarom de bovenspanning iets losser zodat er ruimte voor is. Mocht je de draadspanning te hoog hebben staan, dan zou de stof tussen de twee stiksels kunnen opbollen. En dat wil je natuurlijk niet, dus begin altijd even met een proeflapje. Ook kan het draad breken bij een te hoge spanning.

Zorg er ook voor dat je voetje de juiste opening heeft voor de naalden om doorheen te gaan. Als je een zigzag voetje heb, gebruik deze dan. Als je de naalden en het juiste voetje hebt geïnstalleerd, kijk dan altijd door aan het handwiel te draaien of je naald het voetje niet raakt. Anders breekt deze direct af als je gaat naaien, en dat zou zonde zijn.

De juiste steek

Gebruik een rechte steek, ook als je rekbare stof gaat naaien. Neem een steekafstand van ongeveer 2,5 of 3. Omdat je aan de bovenkant een rechte steek hebt en aan de onderkant een zigzagsteek, krijg je een rekbaar stiksel. Experimenteer eerst op een proeflapje voordat je gaat naaien op je kledingstuk. Je kunt dan een beetje oefenen en het uiteindelijke resultaat inschatten.

Naaien aan de goede kant van de stof

Misschien een open deur, maar naai met de goede kant van de stof naar boven. Dit omdat je anders de zigzag aan de onderkant ziet. Deze zigzag is gevormd door de onderspoel, omdat er twee draden bij elkaar worden gepakt bij elke steek. Tenzij je dit mooi vind natuurlijk, dan naai je met de goede kant naar beneden en heb je een bijzondere sierrand.

Draaien van de naairichting

Waar je bij een enkele naald de naald in de stof laat zitten als je de stof draait, kan dit niet met de tweelingnaald. Deze zou breken als je de naald en voetje omlaag laat en de stof draait. Als je de stof wil draaien, zet je de naalden en het naaivoetje omhoog.

Aan- en afhechten

Hecht aan en af met de hand. Laat bij het begin een groot stuk draad vrij en aan het eind en steek met behulp van een naald de draad aan de voorzijde naar achteren. Vervolgens maak je aan de achterkant een paar knopen met de draden zodat je handmatig hebt afgehecht.

Draadinrijger of draadinsteker

Heb je een draadinrijger? Dan kan je deze niet gebruiken voor het inrijgen van de tweelingnaalden. Dit zal je met de hand moeten doen. Let erop dat je de draad van voren naar achteren in de naald stopt.

Lees verder

Op de hoogte blijven? Schrijf je in op de nieuwsbrief

Liever alleen een melding ontvangen als er een nieuw blog is geplaatst?
Laat je e-mailadres achter in de rechterzijbalk van dit bericht. Of kijk je mobiel? Dan onderaan dit bericht.

Op dit blog is de disclaimer van toepassing. 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Winkelwagen